De uithoudingsvermogentest is van grote waarde voor duursporters als Lance Armstrong en Paula Radcliffe. Sportmerk Nike test hardlopende amateurs.
Atleet Michel Butter vestigt een recordscore tijdens de VO2 max- test: 83,0. FOTO BASTIAAN HEUS
De zwarte silo in het Amsterdamse Bos mag er dan van buiten uitzien als een opgesierde bouwkeet, van binnen blijkt het gebouw een heus testcentrum. De Nike Running Club is een laboratorium voor hardlopers.
Vergeet de sportschool, vergeet de hartslagmeter. Hier wordt het fysieke vermogen van een hardloper getest op de meest geavanceerde manier. Graadmeter is de zogenoemde VO2 max, de maximale hoeveelheid zuurstof in milliliters per kilogram lichaamsgewicht die door iemand gedurende een minuut kan worden opgenomen en verbruikt bij een steeds toenemende inspanning. Wiskunde voor een leek, maar de uithoudingsvermogentest is van grote waarde voor duursporters als wielrenner Lance Armstrong en atlete Paula Radcliffe.
De ultramoderne loopband in het ‘Running Lab’ flirt met je bij binnenkomst, maar eerst wacht een papierwinkel vol medische vragen. Hartklachten, diabetes of medicijnen? Doorsta deze stroom aan vragen, en na het meten van je lengte, gewicht en vetpercentage kan het echte werk beginnen.
De Nike Running Club in het Amsterdamse Bos is nog tot en met zondag 10 mei geopend voor iedereen. De sportkledinggigant rept zelf over de ‘ultieme running experience’.
Lopers kunnen in de Running Club terecht voor advies over lopen en voeding, maar ook voor een voetscan of de uithoudingsvermogentest (VO2 max). Daarnaast kunnen producten worden uitgeprobeerd en kan een loper zijn persoonlijke hardloopschoen ontwerpen. Alle faciliteiten zijn gratis beschikbaar.
Bezoek aan het Running Lab of de fysio’s is uitsluitend mogelijk op afspraak. De club is gevestigd op de Kop van de Bosbaan. Kijk voor meer informatie op nikerunningclub.nl.
Gewapend met een hartslagmeter en een masker voor het meten van de zuurstofopname wordt eindelijk de gang naar de loopband gemaakt. De slang en de kabels aan het masker staan in verbinding met een computer en het display op de loopband. Een brei aan cijfers voor je neus trekt de aandacht.

De band rolt, eerst rustig met 5 kilometer per uur. Stapvoets lopen is nu voldoende, de echte test moet nog beginnen. Bij 7 kilometer per uur volgen de niveaus van steeds 0,5 kilometer per uur elkaar per minuut op.
,,Wanneer je wilt stoppen, druk je op de rode knop,’’ legt Mark Ruifrok uit. De fysiotherapeut van Pure Perfomance, gespecialiseerd in fysieke testen en trainingen, begeleidt samen met voedingsadviseuse Anna Scott Miller de martelgang in het ‘lab’.
Ruifrok: ,,De bedoeling is dat je je maximale vermogen opzoekt om te zien hoe je er fysiek voorstaat. Atleten kunnen de uitkomst van de test drie maanden later vergelijken met hun prestaties in dezelfde test, en op die manier zien wat hun progressie is.’’
De druppels zweet komen bij 10 kilometer per uur. Een loopband is nooit helemaal vergelijkbaar met de situatie buiten, maar met een lichte hellingshoek van de band wordt ‘buiten’ redelijk nagebootst. Ruifrok moedigt je aan om op zoek te gaan naar je ‘max’, de anaerobe drempel.
Ruifrok: ,,Dat is het punt waar je gaat verzuren, waar je ‘het rood in’ moet. De kunst is om die drempel steeds verder te leggen, zodat je rond die zone kunt trainen.’’
Bij die drempel zet het lichaam de inspanningen niet meer om in verbranding van suikers, maar worden de suikers gesplitst in melkzuur. ,,Het proces van verzuring. Niet alleen voor topatleten interessant, maar ook voor amateurs.’’
Een minuut blijft een minuut. Maar hoe hoger het tempo, hoe sneller de versnellingen lijken te komen. Bij elf per uur is het joggen serieus rennen geworden. Het advies van Ruifrok om langere stappen te maken, heeft resultaat. De hartslag zakt terug, maar komt niet meer onder de 180 slagen per minuut.
De stap naar 11,5 per uur is goed te verteren, in dezelfde cadans stijgt het tempo bijna ongemerkt naar 12 en 12,5 kilometer per uur. Na vier minuten rennen op bovengemiddelde snelheid slaat de verzuring echter keihard toe.
De benen voelen zwaar, het hoofd staat op ontploffen. ,,Nog een stapje,’’ knikt Ruifrok goedkeurend alvorens hij de machine naar 13 kilometer per uur schakelt. Het is nu niet eens zozeer de snelheid die je opbreekt, maar de duur van de inspanning. Een sprintje van 14 kilometer per uur trekt immers iedereen, maar hoe lang duurt zo’n sprint doorgaans?
Op het moment dat Ruifrok door wil schakelen naar 13,5 is de rode stopknop te aantrekkelijk. De eerste gedachte die bij stilstand door je hoofd spookt is ‘dit had beter gekund’.
Het blijkt vooral een mentale kwestie, weet Ruifrok. ,,Je ‘max’ opzoeken is iets mentaals. Fysiotherapeuten kunnen je aanmoedigen om net dat stapje verder te gaan, maar mensen moeten dat uiteindelijk wel zelf doen. Bij een training loopt er ook niemand naast.’’
Tijdens het uitlopen rollen de resultaten uit de printer. Atleet Michel Butter nam op 27 maart als eerste plaats op de loopband, zijn resultaten pronken fier aan de muur en laten de cijfers van de welwillende amateur verbleken. De anaerobe drempel van de beginnende loper ligt bij 10 kilometer per uur. Butter, in 2008 nog Nederlands kampioen op de cross, de 10 kilometer en de halve marathon, begon pas bij 19 kilometer per uur te verzuren.
Waar je met een VO2 max van 44,1 gemiddeld scoort, is dat getal naast de waarde van Butter niets meer waard. Alles boven de 54 is ‘superieur’, de atleet uit Beverwijk scoort 83,0.
En weg is de moraal.